Samenwerken met de natuur

 

Het doel van de oogsttuin is om gezonde, smakelijke en lokaal groenten te kunnen aanbieden. Om dit te verwezenlijken werken we samen met de natuur. 

 

Door een grote diversiteit aan groenten en kruiden te telen verminderen we de kans op plagen en ziektes. Het wordt namelijk moeilijker voor plagen om de juiste plekken te vinden en zich te verspreiden als er geen grote hoeveelheid van hetzelfde gewas aanwezig is zoals bij een monocultuur (grote landbouw). Door ook bloemen te zaaien worden er insecten aangetrokken die helpen met het bestuiven en die kunnen dienen als natuurlijke vijand voor bepaalde plagen. Door de diversieit op de tuin zo groot mogelijk te maken ontstaat er een natuurlijke balans waarbij we niet tegen de natuur werken maar met. Dit doen we niet alleen boven de grond, maar misschien nog wel belangrijker, onder de grond.

No-dig betekent dat je de grond zoveel mogelijk met rust laat. Op die manier houdt je het natuurlijke bodemleven in stand. Dit is heel belangrijk omdat dit bodemleven ervoor zorgt dat je planten goed kunnen groeien. Ze zorgen ervoor dat voedingsstoffen en mineralen beschikbaar komen voor de planten in de grond. Het bodemleven wordt gevoed door compost aan te brengen. 

 

Compost bestaat uit gecomposteerd groenafval. Compost heeft als voordelen dat het onkruid tegen houdt, vocht goed vasthoudt waardoor er minder water gegeven hoeft  te worden en de grondstructuur verbetert.